Vandaag eindigt officieel het Beagle project. De VPRO-Gids blikt deze week terug en ook ik schreef daarvoor een korte bijdrage.
Het schip ploegt in een trage kadans door de golven, in een kalme nacht onder een volle maan. Maar mijn angst blijft. De zee werkt nu mee, maar kan ons ook zo de diepte insleuren, dat is om het even. Of ze kan leegraken, ons land overspoelen en smoren in ons eigen gif. Ik bedoel maar, zo staan we er voor.
En waarom varen we op deze clipper? Waarom reizen we niet met een modern stalen onderzoekschip, een drijvend lab dat dag en nacht zoemt en vibreert op de zware dieselmotor in het ruim? Als we echt research willen doen naar de stand van het leven op aarde, dan is dit zeilschip een onhandig luxe vervoermiddel. Wat willen we bereiken, wat is onze boodschap? En hoe echt is de driemaster Stad Amsterdam eigenlijk? Want ook in ons ruim schuilt stiekem een diesel, en ook onze romp is van metaal.
Ik weet het wel. Dit schip is een bezwering. Het bewijs dat het nog lukt om samen te werken met de elementen: het water, de wind, de golven. Om te laten zien dat we nog niet helemaal zijn afgedreven van de oorsprong. En de clipper is ook ons verhaal, de zingeving en historische context die we zo hard nodig hebben als mens en omdat dit een mediaspektakel is. En het werkt. Het schip is als een sprookje zo mooi. En deze ochtend is het stralend weer, met een gladde zee vol dolfijnen, vliegende vissen en vogels die sierlijk vlak boven het water zweven, als glijdende noten op een romantische partituur.
Maar 's nacht keert de nachtmerrie terug. In volle galop draaft ze me tegemoet, de hoeven spattend op de golven, schuimbekkend en met wit in de ogen van woede, omdat ik haar met een klontje het riet in heb gestuurd.